Klas 6

Klas6_toneelSunjeta

Het kind in de zesde klas (omstreeks het twaalfde levensjaar) komt in een belangrijke fase van zijn ontwikkeling. Het lichaam begint fysiologisch sterk te groeien. De natuurlijke sierlijkheid van de beweging gaat verloren.

De kinderwereld wordt verlaten, het vermogen om te denken in beelden gaat langzaam weg en het wakkere denken kondigt zich aan. De ‘Rubicon’ wordt overgestoken en er is geen weg terug.

Het kind beleeft deugd aan het objectief waarnemen en het exact verwoorden van die observaties. Tijdens de fysicaperiode leert het fenomenen beschrijven. Door zelf te denken komt het ertoe vanuit oorzaak en gevolg tot een eigen besluit te komen.

1W7B7120

Op dezelfde manier zoekt het in de meetkundelessen naar nauwkeurigheid. In de lessen geschiedenis over het oude Rome leert de zesdeklasser een eigen gezichtspunt, een idee te verdedigen. Hij gaat argumenteren met kinderen die een ander idee hebben. Er lopen eindeloze discussies over wat rechtvaardig en onrechtvaardig is.

De zesdeklasser schopt tegen grenzen aan, maar is tegelijk vragende partij. Als leerkracht bereik je het meest als je de kinderen serieus neemt in hun zoeken naar hun plaats in de wereld en tegelijk heel duidelijk bent in het stellen van je eigen grenzen.

Aan het einde van de zesde klas kijkt het kind nieuwsgierig, met veel zin en kriebels in de buik, uit naar de middenbouw.

Ga naar het volgende onderdeel: Middelbaar >>