Lager

1W7B1833

De lagere school werkt volgens leerplan van het steineronderwijs. Het bevat eigen eindtermen per vak. Eindtermen en leerplannen zijn goedgekeurd door de Vlaamse Overheid. Leerlingen die aan het einde van de 6de klas in voldoende mate aan deze eindtermen voldoen, ontvangen het getuigschrift basisschool.

Elke leerling krijgt aan het einde van alle andere leerjaren ook een getuigschrift. Het beschrijft de ontwikkeling die het kind dat jaar heeft doorgemaakt. Het kind zelf krijgt een spreuk of gedicht met daarin een streefbeeld voor het komende jaar.

Ieder leerjaar zijn eigenheid

klas5_toneel

Als een rode draad door elke klas loopt de vertelstof over de mens in de verschillende beschavingsperiodes: sprookjes, fabels, sagen … Het zijn verhalen uit de geschiedenis van de mens en mensheid. Ze sluiten aan bij de ontwikkeling die de kinderen doormaken. In de meeste schooljaren voeren de leerlingen één van de verhalen als toneelstuk op voor de ouders.

Verweven met de verhalen leren de leerlingen gaandeweg alle basisvaardigheden: schrijven en lezen, rekenen, vormtekenen, kleurbelevingen, muziek, handwerken en vreemde talen.

  • 1ste klas : Sprookjes
  • 2de klas : Fabels, legenden en heiligenlevens
  • 3de klas : Oude Testament
  • 4de klas : de Noorse Edda, Germaanse mythologie
  • 5de klas : Griekse mythologie
  • 6de klas : Romeinen en Middeleeuwen

Het mooie van de wereld

Basisschoolkinderen leren vooral met beelden en door te doen. Vakken zoals taal en rekenen worden zo geoefend dat de beleving van het kind geactiveerd wordt. Deze benadering doet een beroep op de schoonheidservaring die bij kinderen van deze leeftijd sterk aanwezig is. Deze ervaring ‘hoe mooi, wat zit dat goed in elkaar’ gaat steeds via de inbreng en inzet van de leraar.

Leerlingvolgsysteem

In het leerlingvolgsysteem verzamelen de leerkrachten alle observaties over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling. In overleg met de zorgcoördinator stemmen ze de leeromgeving zo goed mogelijk af op elk individueel kind.

Kinderen met speciale noden krijgen extra begeleiding. Ze komt tot stand in overleg met de leerkracht, de zorgcoördinator, de pedagogisch schoolleider en het CLB-anker. Zodoende weet de leraar in welke mate verhoogde zorg of uitbreiding van zorg nodig is.

Aan de hand van gestandaardiseerde toetsen meten de leerkrachten de vorderingen van de leerlingen op de verschillende leerdomeinen. Aan het einde van het schooljaar bespreekt het team de ontwikkeling van elk kind met de ouders. Daarbij gebruiken ze de observaties uit de klas, de bevindingen van de klassenraad en de resultaten van de toetsen.

Lessentabel

Download de lessentabel van de lagere school (rechts klikken op link en ‘koppeling/link opslaan als’ kiezen): Lessentabel_lagere_school (pdf)

Lees verder over de lagere school: Klas 1 >>

Ga naar het volgend onderdeel: Middelbaar >>