De Zonnewijzer heeft vijf speelklasjes. Er zijn twee peuterklassen voor de jongste kinderen. In deze klasjes tref je de kinderen van ongeveer drie tot vier jaar.
Daarnaast zijn er drie kleuterklassen voor kinderen vanaf vier jaar. Kleuters blijven in dezelfde kleuterklas tot ze naar de eerste klas gaan. Zo begint een kleuter als jongste in de groep en eindigt hij of zij als oudste. Deze samenstelling van heterogene groepen bevordert de ontwikkeling van het kind. De jongere kleuters leren van de grote kleuters en de grote kinderen leren te zorgen voor hun jongere klasgenootjes.

Peuterklas

In het peuterklasje verloopt een dag als volgt: na de rit naar school komen de peuters aan in de klas. De pantoffels staan klaar en mama of papa mag helpen deze aan te trekken. Het meegebrachte fruitje wordt in de mand gelegd en daarna nemen we in de kring afscheid van mama, papa. Zingend groeten we ‘de nieuwe dag’.
Dan breekt het moment aan dat de peuter zich helemaal kan overgeven aan spel, fantasie en beweging. In de huiselijke sfeer is er veel aandacht voor ritme, structuur en regelmaat.
Elke dag heeft zijn ‘eigenheid’. Brood bakken op woensdag, soep maken op dinsdag, schilderen en wandelen op donderdag…
‘s Middags eten we samen in de klas. Daarna spelen de kinderen buiten. Na het spel staan de bedjes klaar voor een middagdutje. Eens uitgeslapen trekken we naar buiten voor heerlijke activiteiten. Uitgespeeld smullen de kinderen nog even wat lekker fruit. Dan staan mama of papa klaar om ze op te halen.
De overstap van de peuterklas naar de kleuterklas gebeurt wanneer het kind ongeveer 4 jaar is. Samen met de ouders bekijkt de leerkracht of het kind er klaar voor is.

Kleuterklas

In de kleuterklas verloopt de dag volgens een herkenbaar ritme. Kleuters willen bewegen, spelen, de wereld om zich heen in vrijheid ontdekken. Minstens even belangrijk is hun behoefte aan ritme en herhaling. Daarom heeft elke dag, elke week en elk jaar zijn eigen duidelijk herkenbare structuur.
Een schooldag verloopt als volgt: mama of papa brengt hun spruit tot bij de kleuterjuf of –meester. Na een persoonlijke begroeting zoekt het kind een plaatsje in de klas. Even later vindt het ochtendritueel plaats.
Doorheen de dag, wisselen momenten van vrij spel af met gezamenlijke activiteiten. Tijdens het vrije spel worden de verschillende speelhoekjes duchtig verkend: de poppenhoek, het keukentje, de timmertafel, de leeshoek.

Beweging is belangrijk

Kleuters bewegen graag en veel. Daar krijgen ze alle kans toe. Zowel in de klas en op de speelplaats, als tijdens de wekelijkse wandelingen. Onder het toeziend oog van juf of meester leven de kinderen zich uit in het natuurgebied bij de school. Op die manier ervaren de kleuters een verbondenheid met de natuur en de seizoenen. Wat ze buiten vinden, integreren ze in hun spel. Ook hun creativiteit krijgt alle stimulansen.

Zo verloopt een dag

Elke dag komen dezelfde momenten terug. Samen eten, opruimen, het kringgesprek. Het verloopt altijd op dezelfde, herkenbare manier.
Ook het weekritme ligt vast. Elke dag heeft een eigen kleur. Aan de hand daarvan weet de kleuter wat er die dag te gebeuren staat. Zo is er op de rode dag turnles.

Knus en huiselijk

In de klas heerst een knusse, huiselijke sfeer. De kinderen voelen zich er dan ook echt “thuis”. We bakken samen brood of maken soep, doen de afwas. Ook opruimen en poetsen doen we samen. En in de lente wassen we de poppenkleren.

Vrij spel, fantasie en nabootsing

De naam speelklassen is niet voor niets zo gekozen. Vrij spel is erg belangrijk. Verschillende ontwikkelingsgebieden worden er door aangesproken. Tijdens het spel werkt het kind aan taalontwikkeling, aan grove en fijne motoriek, begripsvorming en zintuiglijke ontwikkeling. Ook voor de sociaal-emotionele ontwikkeling is vrij spel essentieel.
Het speelgoed in de klas is zo veel mogelijk vervaardigd uit natuurlijke materialen (hout, stof, wol, …). Het heeft dikwijls ook weinig details, zodat het de fantasie van het kind prikkelt.

Klasgroepen en koningsjaar

De overgang naar de eerste klas krijgt aan het einde van de kleuterklas alle aandacht. De leerkrachten observeren elk kind. Ze bekijken of het klaar is voor de volgende stap. Daarbij letten ze niet alleen op het cognitieve, maar ook op lichamelijke en sociaal-emotionele aspecten.
Soms blijven kinderen die in de zomer pas zes worden, een jaartje langer in de kleuterklas. Dat noemen we een koningsjaar. Deze kinderen mogen in hun koningsjaar allerlei ‘koningsactiviteiten’ doen, zodat ook zij genoeg uitdagingen krijgen. Een koningsjaar is dus zeker geen verloren jaar, maar eerder bedoeld om het kind toe te laten zich verder te ontwikkelen, zodat het met succes de stap naar de eerste klas kan zetten.