Middelbaar

Koorzang_msDe middelbare steinerscholen bieden één studierichting aan, met name de ‘Steinerpedagogie’. Ze behoort tot het Algemeen Secundair Onderwijs (A.S.O.).

De eerste twee jaren van de middelbare school of middenbouw (zevende en achtste klas) vormen een overgang tussen onderbouw en bovenbouw. De bovenbouw begint in de negende klas, het derde jaar middelbaar onderwijs.

De Middelbare School werkt met eigen eindtermen per graad. Ze zijn vergelijkbaar met de algemeen geldende eindtermen voor de studierichtingen in het algemeen secundair onderwijs.

De eindtermen liggen vast in de leerplannen van de school. Ze beschrijven per graad en per vak de achtergronden, de leerinhouden en de werkwijze.

Antroposofisch mensbeeld

Bij het lesgeven gaan leraren uit van het antroposofisch mensbeeld. Zij onderwijzen dit mensbeeld echter niet. Twaalfdeklassers die de steinerschool verlaten kunnen geen theoretische uiteenzetting geven over deze pedagogie noch over de antroposofie. Ze kunnen enkel vertellen hoe het er in de praktijk op een steinerschool aan toegaat.

Competentiegericht leren

“… in een school dient het kind te leren van het leven te leren, zodat het niet ophoudt (…) in het latere bestaan van het leven te leren.”

In de middelbare school ontdekken jonge mensen hun eigen weg in het leven. Ze verwerven daartoe de vereiste competenties. De leerinhouden en leermethodes zijn hierop afgestemd.

Leerkrachten kijken op een welbepaalde manier naar het leerproces en de leermethodes van de leerling. Maar ook de leerstof en de leerdoelstellingen houden ze nauwlettend in het oog.

In het brede lesaanbod blijft voldoende ruimte voor kunstzinnige activiteiten en ervaringsgericht werken met de handen.

Middenbouw

AGedichtendag_klas7

De eerste graad van het secundair onderwijs is de afronding van de pedagogische cyclus die begon in de lagere schoolperiode.

De zevende en achtste klas sluiten daarom sterk aan bij de onderbouw. Dat blijkt al uit de opbouw van het leerprogramma. Maar ook de prominent aanwezige klasleraar is hier nog erg belangrijk. Hij neemt bewust meerdere vakken op zich binnen het lessenpakket van de klasgroep.

Voor sommige vakken zijn er vakleraren. Pas vanaf de negende klas is er voor elk vak, elke periode, een gespecialiseerde leraar.

Rond de leeftijd van 12 jaar evolueren kinderen naar jongeren. Ze willen een grotere greep krijgen op de dingen, op de buitenwereld en willen grenzen verleggen. Tegen het einde van de eerste graad zijn ze in hun benadering van de buitenwereld ‘harder’ geworden, kritischer. De leerinhouden en activiteiten spelen hier thematisch op in.

Bovenbouw

Vanaf de negende klas is de puberteit duidelijk ingezet. Er gelden nu andere opvoedkundige instappen. Het abstractievermogen, de oordeelsvorming en de groeiende zelfstandigheid krijgen volop kansen. Een zorgvuldige waarneming speelt hierin een cruciale rol. De school zet nu in op het aanscherpen van het innerlijk beeldend vermogen en het helder denken.

De jongeren komen nu tegenover de naakte werkelijkheid te staan en willen die werkelijkheid van binnenuit, vanuit zichzelf veroveren. Ze zoeken een plaats in de buitenwereld en willen deze wereld tegelijk omvormen naar hun eigen normen.

Grenzen zoeken, grenzen geven

Jongeren moeten zich kunnen ontplooien. Zo groeien ze op tot mensen die zelfstandig keuzes maken. Ze ontwikkelen zich tot verantwoordelijke deelnemers aan de samenleving waarin ze terechtkomen. Ze leren hoe ze hun talenten daarvoor kunnen inzetten en verder ontwikkelen.

Ook de jongere heeft nog grenzen nodig. Maar het respecteren ervan kun je niet meer autoritair opeisen. Discussie en argumentatie zijn nu aan de orde. Een dag in het leven van een puber lijkt soms één aaneenschakeling van kritiek. En dat is gezond, want op die manier leren ze hun eigen standpunten bepalen.

Voor de leerkracht is het een moeilijke fase. De puber stelt hoge eisen aan de kennis, kundigheid en moraliteit van hun leraar. Gevoel voor humor is een pedagogische hulp om al te scherpe kritiek te doorprikken.

Expressie

klas11_chartrespotloden

Via de expressievakken krijgen de leerlingen de kans bepaalde competenties te ontdekken en te ontwikkelen. De competenties zoals geduld, doorzettingsvermogen en oordeelkundigheid zijn waarden die de leerlingen in hun verdere leven veel voordeel opleveren. Maar ook de technische beheersing is een grote meerwaarde. En ten slotte is het expressievak ook nuttig en zinvol. De verworven vaardigheden komen namelijk zowel binnen als buiten de school van pas.

In de eerste graad (klas 7 en 8) wordt er kennis gemaakt met verschillende materialen en technieken. In de tweede graad (klas 9 en 10) krijgen de leerlingen vakken als tuin, koken, hout, textiel, grafiek, metaal en steenkappen. Ze leren de technieken en maken ze zich eigen. Gaandeweg realiseren ze eigen ontwerpen. Elke keer gaan ze daarin een stapje verder.

In de derde graad (klas 11 en 12) ontwikkelen leerlingen eigen interesses en kiezen stilaan hun toekomstpad. De Zonnewijzer komt hieraan tegemoet en biedt de leerlingen keuzevakken aan de leerlingen voor een welbepaald expressievak. Elke week wijden de leerlingen daar twee lesuren aan. Nog meer technische vaardigheid, uitdagende ontwerpen en een multidisciplinaire aanpak zijn de rode draad. Ze hebben daarbij de keuze uit vier modules: kunst, maatschappij, talen en wetenschappen. De leerling kiest twee van deze modules. De verschillende expressievakken vinden plaats op hetzelfde moment. Alle leerlingen van de 11de en 12de klas zijn dus op hetzelfde moment met hun expressievak in de weer. De vakleraren zijn hun coach.

Het nut van expressie

Via de expressievakken krijgen de leerlingen de kans bepaalde competenties te ontdekken en te ontwikkelen. De competenties zoals geduld, doorzettingsvermogen en oordeelkundigheid zijn waarden die de leerlingen in hun verdere leven veel voordeel opleveren.

Maar ook de technische beheersing is een grote meerwaarde. En ten slotte is het expressievak ook nuttig en zinvol. De verworven vaardigheden komen namelijk zowel binnen als buiten de school van pas.

Het eindwerk

Aan het einde van de 12de klas ronden de leerlingen hun schooltijd af met een eindwerk. Daarin tonen ze al hun kunnen. Het eindwerk heeft een theoretisch deel, waarmee de leerlingen laten zien hoe ze kennis kunnen verwerven, bewerken en doorgeven aan anderen.

Met het praktische deel van hun eindwerk demonstreren ze dat ze theoretische kennis ook kunnen omzetten in een praktisch en tastbaar resultaat.

Door de jaren heen zijn al tientallen thema’s aan bod gekomen: technologie, sociale kwesties, muziek, wetenschap, kunst of politiek…

Een leraar: “Er zijn heel wat vaardigheden nodig voor het maken van zo’n eindwerk: initiatiefkracht, creativiteit, kennis en inzicht, een analytisch en ordenend vermogen. Maar vooral laten jonge mensen zien wie ze willen worden.

Tegelijk is het eindwerk een afscheid waarbij de hele schoolgemeenschap betrokken is. Leerlingen, leerkrachten en ouders wonen de presentatie bij. Het is voor allen een zeer sterk en ontroerend moment.”

Lees verder over het middelbaar: Klas 7 >>