Oud-leerlingen van steinerscholen doen het prima!

Uit internationaal onderzoek naar oud-leerlingen van steinerscholen blijkt dat zij het bovengemiddeld goed doen, zowel op het gebied van verdere studies als op het gebied van professionele kansen en levensgeluk als op relationeel en sociaal gebied en zelfs inzake gezondheid.° Net zoals ook de steinerpedagogie breder van opzet is dan de focus op kennisoverdracht, kijken die onderzoeken ook naar méér dan alleen maar deelname aan hogere studies. De recent in de kranten genoemde cijfers over oud-leerlingen van steinerscholen in Vlaanderen gaan nog smaller: alléén de slaagcijfers en het studierendement van eerstejaars die onmiddellijk doorstromen vanuit het secundaire onderwijs worden er gemeten.

De steinerscholen hebben al langer aan de overheid gesignaleerd niet gelukkig te zijn met het belang dat wordt gehecht aan die cijfers van eerstejaars. Wat longitudinaler onderzoek zou een veel objectiever beeld geven, zeker als het zo breed wordt opgevat als het onderzoek in onze buurlanden.°

In De Morgen (12 feb. 2020) verklaarden leerlingen van een steinerschool dat “ze vinden dat hun school hen meer dan andere scholen aanzet tot zelfstandig en kritisch denken. Hun steinerschool geeft hen een brede kijk op de wereld, laat hen van alle disciplines proeven en zorgt voor zelfontwikkeling.” Het valt op dat deze leerlingen veel genuanceerder en multiperspectivischer denken dan de actuele roep in de politiek die het onderwijs dreigt te reduceren tot input-output-modellen die eenzijdig in functie van de arbeidsmarkt bedacht zijn.

Professor Gustaaf Ornelis (VUB) schrijft in een column in dezelfde krant dat voorkennis niet het belangrijkste criterium is om in het hoger onderwijs te slagen, maar wel motivatie en kritisch redeneren. Dat wist prof. Jan Van Damme (KULeuven) twintig jaar geleden ook al. Het is dan ook jammer dat de politiek deze op empirisch onderzoek gebaseerde academische stemmen blijft negeren en de secundaire scholen wil verplichten om steeds meer en steeds eenzijdiger in te zetten op kennisoverdracht.

Steinerscholen vinden kennis, diepgaande kennis zelfs, uitermate belangrijk, zo belangrijk dat ze een heel aantal van hun cognitieve vakken in intensieve langdurige projecten (‘periodes’) stoppen, zodat leerlingen gewoon niet de mogelijkheid hebben om te blijven plakken bij oppervlakkige feitenkennis, maar deze kennis uitdiepen tot inzichten die op verschillende gebieden transfereerbaar zijn.

Verder betrachten de middelbare steinerscholen met hun doorstroomstudierichting R. Steinerpedagogie zo veel mogelijk in brede algemene vorming geïnteresseerde leerlingen aan boord te houden in plaats van hen weg te selecteren. Dat zorgt ervoor dat hun leerlingenpopulatie breed-heterogeen is, en ook sterk onderhevig aan fluctuaties. Het mensbeeld van de steinerscholen inspireert hen tot het vertrouwen dat leren leren een individueel verschillende zaak is en dat men niet te snel mag beslissen dat een leerling ongeschikt is om door te stromen naar hogere studies. Elk kind is uniek, elke leerweg is uniek en respect voor die uniciteit vind je in de steinerschool. De mogelijkheid om daarna, met een stevige rugzak, het leven in te stappen en in vrijheid elke gewenste studiekeuze te maken óók!


° Enkele referenties van onderzoeken:

  • BARZ, H., RANDOLL, D. (Hrsg.), Absolventen von Waldorfschulen. Eine empirische Studie zu Bildung und Lebensgestaltung, VS Verlag für Sozialwissenschaften, Wiesbaden, 2007.
  • DAHLIN, B., The Relevance of Waldorf Education, SpringerBriefs in Education, Springer International Publishing, 2018.
  • FISCHER e.a., ‘The Effect of attending Steiner Schools during childhood on health in adulthood: A multicenter cross-sectional study’, in: PLOS one, 2013, Vol. 8, Issue 9, e73135.